top of page

Griezeltocht 2014, 15 november: "De Klauw van de Engel"

In de polders rondom Leuth hebben zich vroeger raadselachtige taferelen afgespeeld. Zo hadden we vroeger de buurtschappen “De zandbult”, ”Mosqouw” en “Estul”. De buurtschap Estul lag aan de Hollandse kant van de grens in het midden van de driehoek Zyfflich, Mehr en Leuth. Toentertijd werd over Estul ook heel minachtend gesproken, omdat er meer vreemde figuren woonden.

Grûne Gerrit, geboren als priesters zoon en opgegroeid in het mooie maar minachtende pittoresk dorpje Estul. In die tijd was het een schande als een priester vader was van een kind.  Om Grûne Gerrit enigszins te beschermen tegen de schande van zijn vader de priester, werd hij al kort na zijn geboorte ondergebracht op de boerderij “de dolende stier” net buiten het dorp. Daar groeide hij voornamelijk op met en tussen de dieren van de boerderij. Want eigenlijk had boer Hank Vissers zich liever niet ontfermt over Grûne Gerrit. Het was vooral op aandringen van zijn vrouw Getruida om Grûne Gerrit in hun gezin op te nemen omdat zijzelf geen kinderen kon baren.

 

Het opnemen van Grûne Gerrit op de boerderij werd de familie Vissers niet in dank afgenomen en werden bij bezoek aan Estul stee vast het dorp uitgekeken. Toen Grûne  Gerrit groot genoeg was mocht hij voortaan naar het dorp om boodschappen te doen. Want het was “ZIJN” schuld dat de familie Vissers niet meer welkom was in Estul.

Vanaf de eerste dag dat Grûne Gerrit boodschappen ging halen, liepen de mensen als het even kon liever met een grote boog om hem heen. Was het niet vanwege de “schande” die hij met zich meedroeg dan was het wel om zijn iets wat merkwaardige uiterlijk. Grûne Gerrit, vriendelijk, zachtaardig en met een hart oer vastgeroest op de juiste plaats. Wat hij ook deed en hoe goed zijn best ook, hij zou nooit geaccepteerd worden en gerespecteerd worden. Liever zouden ze hem bij een bezoek aan Estul zo snel mogelijk weer het dorp uitjagen door hem te bekogelen met eieren of steentjes.

Na het overlijden van zijn voogd ouders die omkwamen tijdens hun slaap door een “opzettelijke”(?) brand besloot Grûne Gerrit het erf te verlaten……een plaats die onderdak bood maar waar hij zich nooit en te nimmer thuis voelde. Na wat omzwervingen belande Grûne Gerrit in de bossen in en rond  de zandbult. Daar waar hij zich al snel op zijn gemak, veilig, vertrouwd en thuis voelde, 1 met de natuur. Als natuurmens hoort hij bij de eenzaamheid en de duisternis. Hij voelde zich beschermd door zijn  omgeving, de struiken, de bomen. Maar wat toch wel het belangrijkste was dat hij zich “veilig” voelde voor de mensen uit “Estul”. Hier kon niemand hem pijn of kwaad doen. Ja, hier op de zandbult voelde hij zich helemaal thuis. De mooiste nachten voor hem waren als het volle maan was, liefst dan ook nog een beetje mistig. De momenten waarop het doodstil was op een zacht briesje na. De lange bomen staken als een grote schaduw boven de Zandbult uit. De takken zwiepte zachtjes heen en weer en het leek alsof ze je zo konden grijpen. Het voelde net alsof je werd bekeken. Ja, hier kon hij als natuurmens echt van genieten.

Natuurlijk ging al snel het verhaal rond dat Grûne Gerrit de boerderij opzettelijk in brand had gestoken. En alles wat er na die grote brand gebeurde in het dorp, of het nu diefstal was, iemand overleed op “mysterieuze” wijze, of er gebeurde andere “vreemde” zaken werd het al gauw gezien als “ de klauw van de Engel”. Deze “vloek” dankte zijn naam aan het feit dat Grûne Gerrit een priesters zoon was.  En dus eigenlijk een hele vredelievend persoon was….  Maar als er vreemd dingen gebeurde dan moest het wel  “de klauw van de Engel” zijn.

 

In november, op een stormachtige avond kwam doctor Sjaak Magnus terug van een van zijn wandelingen, zoals altijd was hij diep in gedachten verzonken, zonder het in de gaten te hebben liep hij voorbij de grote wilg de verkeerde kant op. In plaats dat hij langs de uitgesleten paden afdaalde naar de “Bult”, ging hij de smalle dijk af, die naar het water leidde. De doctor merkte het niet. Diep in gedachten zijnde liep hij pardoes de wild stromende Waal in. Zwemmen kon de goede man echter niet dus werd hij door de sterke stroming meegesleurd en verdronk.

Nadat er alarm was geslagen door de huishoudster van doctor Magnus, omdat hij al 2 dagen niet thuis was geweest, ging men met man en macht aan het zoeken. Lang duurde deze zoektocht niet want bij een sluisje, 300 meter verderop, lag hij op de schoot van een huilende en jammerende Grûne Gerrit die hem als eerste gevonden had. Dat uitgerekend hij, dokter Magnus als eerste moest vinden.  Voor inwoners van Estul was dit het bewijs dat “de klauw van de engel” weer toegeslagen had.

Een woedende menigte rende op Grûne Gerrit af om hem op een niet rechtvaardige manier te straffen. Grûne Gerrit, kapot van verdriet, durfde niks terug te doen. Hij was te verward om  iets te roepen of om te vluchten. Na een minuut of 10 namen de mensen beetje bij beetje afstand van de plaats der oordeel. Langzaam drong bij de bewoners door, dat Grûne Gerrit niet meer in leven was…. Maar als je nu denkt dat de bewoners zich  opgelucht voelde omdat ze bevrijd waren van Grûne Gerrit, Nee dat niet. Het besef dat er geen zondebok meer was voelde ook niet goed. Dus alle niet verklaarbare zaken werden na die bewuste novemberavond gezien als “de klauw van de engel”. 

De geest van Grûne Gerrit dwaalt nog altijd rond nabij de zandbult.

Er werd zelfs door mensen, die iets te diep in het glaasje hadden gekeken, beweerd, dat als je via de dijk terug liep naar de bult, ze  door het geritsel van de bladeren de stem van Grûne Gerrit hoorde.

“Al smaakt het bier weer best, mijn dorst wordt slechts door maneschijn gelest.” 

“Het klare maanlicht glijdt als zilver door mij heen, het ga u goed, ik laat u nu weer alleen."

De herbergbezoekers die via dijk naar de zandbult liepen waren dan ook opeens volkomen nuchter. En voelde hoe hun haren, van schrik, steil overeind gingen staan, en liepen snel door.

Aangezien het lichaam van Grûne Gerrit na die bewuste dag nooit is meer is gevonden. Is het zeer waarschijnlijk dat de  geest van Gerrit zal blijven rondspoken, tot in eind der tijde…

Auteurs: Herbert Tinnissen & RichardCgers

bottom of page