top of page

Griezeltocht 2015, 21 november: “Het spoor van de ratten”

Vlakbij het mysterieuze dorpje Estul stond een boerderij genaamd “De Vierwindstreken”. Deze boerderij dankte zijn naam aan het feit dat deze gebouwd was op een terp midden in de open vlakte. Het grote voordeel van deze ligging was dan ook dat je vriend of vijand al in de verte aan kon zien komen.

Deze grote en statige boerderij werd bewoond door het boerenechtpaar Edelhart. Het gelukkig getrouwde en hardwerkende gezin bestond verder uit 6 kinderen, waar van 5 zonen en 1 dochter. De jongste zoon, Venka genaamd, was als kind door een speelse actie in een waterput beland. Deze stond op één van de akkers die 2 km verder op lag. Door de ongelukkige ligging van deze akker werd daar dan ook niet gezocht naar de vermiste Venka. De waterput stond al jaren droog en de akker werd daarom niet meer gebruikt. Door de onhandige valpartij was Venka met zijn been klem komen te zitten en kon hij op eigen kracht niet meer uit de put komen.

Het enige gezelschap dat Venka kreeg was van ratten die honger en dorst hadden. Door te knagen aan het gewonde been waar Venka mee was vast komen te zitten werd hun honger en dorst gestild. Venka was echter een slimme jongen. Om zijn overlevingskansen te vergroten moest Venka aan eten zien te komen. Ondanks de pijn, maar de wil om te overleven wist Venka, dat wanneer er geknaagd werd aan zijn gewonde been dit één van de weinige kansen was om een rat te vangen. Zo kon hij enigszins op krachten blijven en werd de kans kleiner om te sterven aan zijn verwonding of van de honger. Door de “hulp” van de ratten kon Venka na een paar dagen zichzelf vrij maken en wist op die manier uit de put te klauteren. Sinds die dag heeft Venka dan ook de bijnaam “De kreupele”.

Omdat Venka kreupel was en sinds die tijd veel met ratten omging gaven de vier oudere broers niets om hem en behandelden ze hem als een stuk oud vuil. Maar zijn zus, Marie, had altijd veel om haar ongelukkige broertje gegeven. 

Doordat hun vader onverwachts overleed door de tot nu toe onbekende oorzaak, namen de zonen gezamenlijk het werk op de boerderij en de akkers over. Elke ochtend gingen ze vroeg de deur uit om het land te bewerken. Marie bracht hun iedere middag een warme maaltijd, die ze ter plekke opaten. Behalve Venka. Omdat Venka het werk op de akkers niet aankon is hij zich gaan specialiseren in het maken van doodskisten. En werd daarbij altijd wel gezelschap gehouden door enkele ratten.

Aan het eind van een dag hard werken, keerden de broers terug naar hun boerderij. Op afstand zagen ze dat alle ramen en deuren open stonden. Behalve de gordijnen, werden ook de ramen en deuren bespeeld door de wind alsof het een voorbode was dat er nog meer onheil aan zou komen. Eenmaal thuis troffen ze daar enkel hun moeder aan. Van hun zus Marie was geen enkel (bloed-?) spoor te bekennen. Aangezien hun moeder niet goed wist te herinneren wat er die middag allemaal gebeurd was besloten de jongens verhaal te halen bij hun jongste broer. Venka kreeg het verwijt dat hij niet goed op zijn zus gepast had, en dat hij alleen maar bezig was met zijn doodskisten en ratten. Ze joegen hem het huis uit met de boodschap dat hij zonder haar niet terug hoefde te komen. 

Alvorens de deur uit te gaan zei hij tegen de broers, "ik geef de voorkeur aan doden boven jullie”. “De doden leveren me werk en brood en de jullie niet”. Venka gooide de deur achter zich dicht en ging op zoek naar zijn zus. "Waarom ga je dan niet naar de doden toe als ze je zo goed bevallen?" Schreeuwde zijn oudste broers hem na. Dat was natuurlijk geen lekkere verwensing. 

Tijdens zijn zoektocht naar zijn liefdevolle zus bleven zijn gedachten maar malen. “Dag en nacht denk je alleen maar aan doden, aan doden verdien je je geld." "Je hebt helemaal gelijk," sprak Venka hard op, want alleen de doden hebben kisten nodig. Maar zijn echte grootste angst nu, was dat hij een kist voor zijn liefdevolle zus zou moeten maken. Dat Marie, die altijd hem zo liefdevol verzorgde niet meer levend, of überhaupt nog gevonden zou worden. Er was geen spoor, zelfs geen kleinste aanwijzing in welke richting Venka moest zoeken naar zijn verdwenen zus. Het enige wat hem restte, was het spoor van de ratten te volgen. In de hoop dat dit spoor hem uiteindelijk weer zou verenigen met zijn liefdevolle zus. Wat Venka ook deed of probeerde, na dagen, weken, zelfs maanden was er nog geen teken van leven, van of over zijn zus Marie. Met diepe schaamte in zijn schoenen keerde Venka richting huis. Toen hij echter zijn huis naderde, zag hij dat van zijn werkplaats de luiken opengestoten waren en er licht brandde. Venka wist zeker dat hij de werkplaats afgesloten had, en de luiken gesloten voor hij wegging. Toen vreesde hij dat er ingebroken kon zijn. Maar niets bleek minder waar, zijn broers hadden hun verdriet en onmacht verwerkt door de werkplaats overhoop te gooien en alles aan gort te slaan.

Eenmaal binnenshuis waren zijn broers allerminst blij dat Venka terug durfde te keren zonder hun zus Marie. Het kon dan ook niet uitblijven dat Venka geschopt of geslagen zou worden. Hij kreeg zelfs alle verwensingen naar zijn hoofd die je zelfs je ergste vijand nog niet zou gunnen. In plaats van broederliefde en gezamenlijk verdriet delen over de vermissing van hun zus werd er een zondebok gezocht, en dat was Venka “de kreupele”.

“ROT OP! Laat je hier niet meer zien, en durf niet terug te komen zonder ONZE ZUS!” “En als je haar niet kunt vinden zoek maar vriendschap bij de doden” riep weer een andere broer. "Dat zou ik direct doen als ik maar wist hoe," antwoordde Venka. "Misschien zou je ze te eten moeten vragen," zei een van de broers met scherpe tong. Venka sprong op, liep naar buiten en riep door de nacht: "Mannen, vrouwen, kinderen, soldaten, jullie allemaal voor wie ik kisten heb gemaakt, ik nodig jullie uit, vanavond op de akker bij de uitgedroogde waterput. Ik zal voor jullie een groot feest geven, tezamen met mijn ratten."

Op weg naar de akker kwam hij langs een kroeg. Daar stopte hij even, ging naar binnen en kocht een grote fles jenever die hij in zijn zak stopte en vervolgde zijn pad naar de akker over het spoor van de ratten. Sindsdien heeft nooit en te nimmer iemand nog iets vernomen van Venka “De kreupele” of zijn zus Marie. Het is dan ook niet onwaarschijnlijk dat de geest van Venka nog steeds rond waart en geen rust zal vinden eer hij zijn zus gevonden heeft.

Verdwaalde passanten die sindsdien 's nachts over het spoor van de ratten richting de waterput lopen om hun dorst te lessen, zijn hun leven niet meer zeker. Naar het schijnt verdwijnen hier nog steeds mensen op vreemde wijze. Passanten die het overleefd hebben wisten te vertellen dat ze vlakbij de waterput omsingeld werden door tientallen ratten, en dat ze niet veel later zaag- en timmergeluiden hoorde vanuit de waterput wat gevolgd werd door een mysterieus licht. Tussen de zaag- en timmergeluiden door kwam gefluister van diverse kanten: “Een nagel voor mijn doodskist in ruil voor je leven”, “Een nagel in ruil voor je leven”, “ruil je leven voor dat van mijn zus”.

Eenmaal gevangen door het licht en de fluisterende stem begonnen de ratten te knagen aan de benen. Passanten die wisten te ontsnappen kwamen zwaar gewond en raaskallend aan in Estul waar ze vervolgens in het gesticht “de Crayenburght” gestopt werden. Zo om te voorkomen dat ze onrust in het dorp zouden veroorzaken.

Tot op heden heeft Venka “De kreupele” zijn liefdevolle zus Marie nog steeds niet gevonden, en waadt zijn geest nog steeds rond. Durf jij het aan om tijdens de griezeltocht over het spoor van de ratten te lopen? Neem dan voor de zekerheid een nagel mee voor zijn doodskist in ruil voor je leven!

Auteurs: Herbert Tinnissen & RichardCgers

bottom of page