
Griezeltocht 2017, 18 november: "Aan de herinnering ontsnapt".
Zondagochtend 23 september 1786, iets na zevenen. Een dag die ogenschijnlijk als alle normale dagen begint. De wind die rustig waait en voorzichtig speelt met de bladeren aan de bomen. De gevallen bladeren dartelen en dansen als nooit tevoren… Het heeft er alle schijn van dat het één van de mooiere nazomerse dagen wordt. Doch op een open vlakte nabij Estul zijn er sporen van een gevecht dat die nacht heeft plaatsgevonden. Hier en daar liggen bloedspetters, wat plukjes haar, afdrukken van een worsteling… De sporen zijn te onduidelijk om te zien of het een gevecht tussen mens en dier is geweest of tussen twee dieren. Op de sporen na is er niets te zien wat tot een grotere ongerustheid zou kunnen leiden.
Beetje bij beetje komt de zon tevoorschijn om haar licht te laten schijnen over het dorp Estul. Tijdens het opkomen van de zon kleurt de horizon roodgloeiend, het lijkt erop of de hemel vuur spuwt en de aarde zo in vuur en vlam zet.
Waar normaal gesproken de vogels al vrolijk hun mooiste lied fluiten bij het aanbreken van een nieuwe dag is het nu opvallend stil… Te stil. De opkomende zon laat met haar mooie, prachtige zonnestralen zo nu en dan een silhouet op de muren zien. Dit silhouet geeft de indruk dat er op dit tijdstip een mysterieus iets heer en meester is over Estul. Deuren, luiken blijven angstvallig gesloten. Daar waar de wind wel grip heeft op de luiken zijn de bewoners verdwenen, niemand weet waarheen. Naar een nabij gelegen dorp voor een veilig onderkomen, of zouden ze wellicht verslond… (?) De achtergebleven bewoners van Estul zwijgen hierover, alsof ze een groot geheim met zich meedragen dat het daglicht niet verdragen kan.
Iets voordat de kerkklok acht uur wilt slaan, begint het te regenen, de regen valt loodrecht uit de hemel. Eerst met wat kleine druppels, maar al snel regent het flink door en ontstaan er modderpoelen en waterplassen op de wegen. In de verte nadert al lopend een vrouw het dorp, vergezeld met tal van kraaien. Licht voorovergebogen met kleine ferme pasjes nadert ze Estul. In haar rechterhand heeft ze een soort wandelstok waarmee de paden verkend worden op oneffenheden. Deze vrouw is in Estul en weide omgeving beter bekend als Runa, “Koningin van de kraaien”. Er gaan zelfs geruchten dat Runa de vermiste dochter zou zijn van de familie Edelhart: Marie.
Runa is, zogezegd, “ontsnapt aan de herinnering”, niemand weet waar ze vandaan komt, ook Runa zelf niet. Ondanks dat Runa geblinddoekt door het leven gaat is ze een krachtige vrouw. Blind, maar haar oren horen alles, haar ontgaat niets. De mensen die haar kennen vrezen haar. De kraaien vergezellen en beschermen Runa, “Koningin van de kraaien”, niet alleen, ze zijn haar oren en ogen. Haar kraaien staan namelijk bekend als “ogen zonder gelaat”. Daardoor weet Runa alles wat er in de wijde omgeving gebeurt. Want haar “ogen zonder gelaat” verkennen de omgeving constant.
Niet veel later komt Runa aan in het dorp. Zoekend naar… De kleine ferme passen veranderen al snel in een kalme, stevige tred. Al speurend gaat haar “blik” door het dorp. Haar “ogen zonder gelaat” speuren van bovenaf Estul. Zo nu en dan gaat er een kraai op de uitkijk zitten op een punt van een dak. Bij de plaatselijke kroeg worden de kraaien onrustig en beginnen rondjes te vliegen. Een enkele kraai weet zelfs door een kleine gebroken ruit naar binnen te vliegen. Runa stapt de kroeg binnen maar blijft nog even staan in de deuropening. Met haar binnenkomst lijkt de temperatuur ineens te dalen naar een ijzige koude. Een enkele gast die al aan het ontbijt zat, verstijft van angst… Er hangt meteen een doodste stilte in de ruimte. Na een paar tellen de ruimte afgespeurd te hebben loopt Runa rustig en bedeesd richting de bar. Bij elke stap die ze zet lijkt het of de aarde beeft. De gasten die binnen zijn proberen ongezien en stilletjes weg te komen. De barman, “Zwarte Gerrit”, met wie men normaal gesproken geen spot durft te drijven staat zelfs aan de grond genageld en al trillend. Stamelend vraagt hij waarmee hij Runa van dienst kan zijn.
Runa “kijkt” de barman diep en doordringend aan en ruikt het angstzweet van de beste man, dat alsmaar beter zichtbaar wordt. Hier en daar glijdt er een druppel van Zwarte Gerrits hoofd. Op de hoek van de bar ligt een doek. Runa pakt deze voorzichtig op en dept het angstzweet van zijn hoofd.
“Waarmee jij mij van dienst kan zijn,” fluistert Runa op een nauwelijks verstaanbare en snerpende toon in zijn oor. Bij het gefluister in het oor is de damp van haar warme adem goed te zien in de ondertussen ijskoude bar. Na wat gefluister heft Zwarte Gerrit al trillend en voorzichtig zijn rechterarm omhoog en wijst naar buiten… De richting die Runa moet volgen. Runa bedankt de beste man, legt het vod op zijn schouder en vervolgt haar weg die Zwarte Gerrit haar wees.
Eenmaal weer buiten “kijkt” Runa nog eens goed om haar heen. Haar kraaien vliegen weer op en speuren Estul verder af. Na wat straatjes doorgelopen te hebben, houdt ze plots stil. Het is of er gevaar nadert en haar besluipt. Echter blijven de kraaien rustig, er lijkt op het eerste gezicht niets aan de hand te zijn. Op haar hoede vervolgt Runa haar weg. Net buiten het dorp worden de kraaien iets onrustiger en een kraai daalt neer op iets wat daar niet hoort te zijn. Op haar knieën onderzoekt Runa wat dat is. Al snel komt ze tot de conclusie dat het een graf betreft. Eenmaal tot die gruwelijke ontdekking voelt ze ineens emoties opkomen van verdriet en gemis. Het heeft er alle schijn van dat de persoon die hier begraven ligt een diepe wond heeft achtergelaten bij de overgeblevenen. Runa doorzoekt het graf verder in de hoop nog wat aanwijzingen te vinden die haar eventueel verder zouden kunnen helpen. Het kruis op het graf lijkt naamloos te zijn. Of toch niet? Ze voelt nog eens een paar keer over het kruis, de naam blijkt weg gekerfd te zijn. Deze ontdekking doet haar adem stokken. Geschrokken springt Runa op en vervolgt haar weg met een vlotte pas.
In de verte hoort Runa geluiden die ze niet direct kan plaatsen. Geïntrigeerd gaat ze op het geluid af. Ze passeert een grote drinkwaterplas met daaromheen diverse wilde paarden. Even verderop verschijnt er aan de horizon een bos. Net voorbij de bosrand doemt er een vervallen pand op. Hoe dichter bij ze bij de plek komt, hoe akeliger en doordringender het vreselijke geluid wordt. Buiten bij het vervallen pand staan wat paarden die ook steeds onrustiger beginnen te worden. Het vervallen pand blijkt een voormalig hoefsmederij geweest te zijn. Maar die geluiden… Nee, die hebben niets te maken met het smeden van ijzer! Hier gebeuren andere zaken dan het smeden van ijzer. En die geur die zo nu en dan de voormalige smederij ontsnapt is ondraaglijk. Het moet haast nog wel erger stinken dan in de hel, alsof er iets op het vuur ligt wat er niet hoort te liggen. “ZOU HET MENSENVLEES ZIJN?” Dit alles, het akelige, doordringende en vreselijke geluid, die ondraaglijke stank doet Runa in Paniek raken. Runa, die normaal gesproken voor niets en niemand bang is, ziet en voelt de grootste angst zoals ze nog nooit eerder gevoeld heeft. Ze lijkt ineens iets te herbeleven wat ze nog nooit eerder heeft meegemaakt.
Plots, uit het niets, wordt ze op haar zwakste moment aangevallen door een vreemd en mysterieus wezen. Mens, noch dier. Door de onverwachte aanval die zelfs haar kraaien niet voorzagen, komt Runa ten val. Runa verweert zichzelf op alle mogelijke manieren, maar het wezen is groter en sterker. Het is een harde, meedogenloze maar ongelijke strijd die Runa op geen enkele mogelijke manier kan winnen. Zelfs de kraaien bemoeien zich met de strijd en proberen het wezen op alle manieren te pikken of weg te lokken bij Runa. Het wezen is vastberaden en is niet onder de indruk van de kraaien. Zo nu en dan wuift het wezen met z’n armen en raakt zo nu en dan een kraai. Na zo’n 15 minuten staakt het wezen het gevecht. Runa blijft bewegingloos liggen… Ze ademt nog, maar zwakjes. Haar krachten verlaten haar lichaam langzaam. De kraaien die het gevecht overleefd hebben zijn weggevlogen of hebben hun heil gezocht hoog in de bomen of op het dak van de voormalige smederij. Het wezen slaakt een krachtige en luidruchtige overwinningskreet. Nadat hij dit heeft gedaan pakt het wezen Runa bij haar been en sleept haar mee…
Nooit en te nimmer na deze mysterieuze en merkwaardige ochtend heeft iemand gehoord van Runa “Koningin der Kraaien”. Niemand weet wat na die ochtend is gebeurd met haar. Dus kijk tijdens deze tocht goed om je heen… Kijk uit voor het vreselijke en mysterieuze wezen… En wellicht kom je Runa tegen.
Auteur: RichardCgers